Gen F

Join onze community en krijg extra toegang tot artikelen, deel jouw verhaal & ...
twee-euroshop

‘Ik zeg dat iets te duur is, maar een paar schappen verder gooi ik een impulsaankoop in mijn kar.’

‘Ik wil niet dat mijn kinderen denken dat alles zomaar gekocht kan worden omdat ik mijn grenzen niet ken in een twee-euroshop’

Columniste Nele is moeder van een peuter en een kleuter. Hier vertelt ze alles wat je wil weten over dat moederschap: lichaamssappige verhalen van onvoorwaardelijke liefde, van snot tot natte prot.

Als er iets is wat ik als moeder blijkbaar niet uitstraal, is het financiële verantwoordelijkheid. Dat zal wel iets te maken hebben met mijn impulsaankopen. Want hoe leg je aan je kinderen uit dat je niet altijd zomaar kan kopen wat je wil terwijl je zelf net met drie nieuwe planten thuiskomt omdat ze in een schattige pot zaten? De kinderen spelen graag winkeltje met mij omdat ze er rijk van worden. Ze verkopen me dan denkbeeldige groenten voor beschamend hoge bedragen. Laatst kocht ik een wortel voor tien euro, die zij daarna als neus voor een sneeuwpop gebruikten.

Ze hebben dat natuurlijk niet in de gaten, want tegelijk kijken ze naar die verdiende tien euro alsof ze zich daarmee een hybride wagen kunnen aanschaffen. Ik snap dat wel. Als je de waarde van geld nog niet begrijpt, kan alles wel alles waard zijn. Maar dat is dus het punt: hoe leer ik hen wat het verschil is tussen een wortel van tien euro en een auto van vijftigduizend euro?

Het leek me een goed begin om een spaarpot te kopen voor elk van hen. Tot bleek dat ze die niet wilden gebruiken om geld in te sparen, maar om klei in te verzamelen. Een spaarpot als opslagplaats voor Play-Doh, dat voelt wel wat symbolisch voor hoe het hier op financieel vlak soms loopt: alles gaat op aan dingen die we waarschijnlijk niet echt nodig hebben, maar wel leuk zijn. Voor even, althans. Wanneer ik met hen naar een echte winkel ga, wordt het pas echt moeilijk.

Over elk plastic speeltje dat binnen een week kapot is, loop ik dan gemakkelijkheidshalve te zeggen dat het te duur is. Maar wat is ‘te duur’? Ik wil immers niet dat ze opgroeien met het gevoel dat er nooit geld is en dat ze bij alles denken dat we het ons niet kunnen veroorloven. Of dat zij dat geld niet waard zijn. Maar ik wil ook niet dat ze denken dat alles zomaar gekocht kan worden omdat mama soms niet weet wat haar grenzen zijn in een winkel waar alles twee euro kost, van een haarspeldje tot een salontafeltje. Ik merk namelijk dat ik vaak zelf niet weet waar de grens ligt. Ik zeg dat iets te duur is, maar een paar schappen verder gooi ik een impulsaankoop in mijn kar. En dan probeer ik me te verantwoorden door uit te leggen dat ik het nodig heb, terwijl het gewoon afgeprijsd was en ik het daarom nodig had.

Dus hoe doe je dat? Hoe leer je kinderen dat geld waarde heeft? Dat sparen belangrijk is, maar dat het leven ook niet alleen uit sparen mag bestaan? Misschien door het voor te doen. Minder impulsaankopen doen, meer bewust kiezen. Misschien door met hen doelen te stellen: wil je een auto kopen? Misschien niet meteen zo’n hybride geval, maar laten we beginnen met iets realistisch. Een speelgoedauto, bijvoorbeeld.

Het zal trial-and-error worden, zoals alles in het ouderschap. Maar ik hoop dat ze uiteindelijk leren dat geld niet alleen een wortel van tien euro waard is, maar ook de moeite waard om het soms te sparen, er soms van te genieten en er altijd een beetje slim mee om te gaan. Misschien leer ik het dan zelf ook nog eens.

Lees ook:

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content

' ' '